Taalkundige begrippen in Tagalog (mga konsepto)

Voor we beginnen met de materie te presenteren is het noodzakelijk een aantal begrippen en termen te introduceren.

Alfabet

Het Tagalog alfabet bevat de volgende klinkers: a, e, i, o, u.
Het Tagalog alfabet bevat de volgende medeklinkers: b, k, d, g, h, l, m, n, ng, p, r, s, t, w, w, y.
De letters c, f, j, g, v en x vormen niet strict onderdeel van het Tagalog alfabet, maar ze komen veel voor in namen van personen, bijvoorbeeld de beroemde bokser en politicus Manny Pacquiao.
Een "d" die door zinsconstructie acher een klinker komt te staan verandert in de meerderheid van de gevallen in een "r", en in de minderheid in een "l". Voorbeeld: de toekomende tijd van een werkwoord wordt gevormd door herhaling van de eerste lettergreep. De toekomende tijd van "dating" (arriveren) is daarom niet "dadating" maar "darating". Het woord "dalawa" (twee) wordt gevormd door herhaling van de eerste lettergreep van "dawa". "Dadawa" wordt echter veranderd in "dalawa". Woorden als "din" en "rin", "dito" en "rito", "doon" en "roon" betekenen daarom hetzelfde.
Is de laatste klinker van een woord een "o", en wordt het woord verlengd waardoor het ineens niet meer de laatste klinker is, dan verandert deze "o" in een "u". Voorbeeld: "pulo" (eiland) wordt "kapuluan" (archipel). "Tao" (mens) wordt verlengd tot "katauhan" (mensheid).
Hetzelfde geld voor de "i" die dan verandert in een "e".

Morfologie

Morfologie of vormkunde is in de taalkunde de leer die zich bezig houdt met woordvorming. De kleinste taalkundige eenheid die nog betekenis heeft, heet een morfeem of stam. Veel woorden worden gevormd uit stammen door ze op de een of andere manier te veranderen, bijvoorbeeld door er iets aan toe te voegen.

Affix

Veel woorden in het Tagalog ontstaan door lettergrepen aan andere woorden toe te voegen (affigeren). Zo'n toevoeging heet een "affix". Deze kan zowel voor het woord, erachter en zelfs in het woord worden geplaatst. De verschillende soorten toevoegingen zijn:

Toevoeging voor het woord: Prefix, voorbeeld: Dami -> Marami (veel)
Toevoeging achter het woord: Suffix, voorbeeld: Luto -> Lutuin (koken)
Toevoeging in het woord: Infix, voorbeeld: Lakad -> Lumakad (lopen)
Combinatie van prefix en affix: Circumfix, voorbeeld: Sinta -> Kasintahan (geliefde)

De circumfix hebben we in de inleiding al leren kennen.

Kenmerkend voor suffigatie is dat indien de laatste klinker een "o" is, deze wordt vervangen door een "u".

Opmerkelijk is dat bij woorden die uit het Engels en Spaans zijn overgenomen de morfologie van het Tagalog in stand blijft, dus de vervoegingsregels van het Tagalog worden toegepast op het vreemde woord. Zo wordt bijvoorbeeld het slang woord "jingle" door infixatie omgezet in het werkwoord "jumingle".

Focus

De focus kunnen we zien als het onderwerp van de zin. Dit moet niet verward worden met het ontleedkundige onderwerp zoals we dat kennen in het Nederlands. Het onderwerp van het Tagalog kan zowel onderwerp, lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp zijn, of een een andere functie in de zin vervullen. Het is feitelijk het object waar de zin het grootste belang aan hecht. De focus is dus een zelfstandig naamwoord. Het woord of zinsdeel dat de focus heeft noemen we nominatief. Objecten die niet de focus hebben zijn ofwel ergatief of datief / obliek. De focus is een zeer belangrijk begrip, omdat de rol die de focus heeft in de zin, de vervoegingsvorm van het werkwoord bepaalt. Verschillende rollen die de focus kan spelen zijn: actor, object, begunstigde, instrument en reden. Om maar eens een voorbeeld te geven: het werkwoord "bigay" (geven) kan afhankelijk van de rol van de focus de verschillende infinitieven hebben: magbigay, ibigay, bigyan, of ikabigay zijn.

Actor (Tagagawa)

De persoon die of object dat de actie behorend bij het werkwoord uitvoert, bijvoorbeeld "ik" in "ik liep".

Object (Layon)

De persoon die of object dat de actie behorend bij het werkwoord ondergaat, bijvoorbeeld "Jan" in "Kees sloeg Jan". In het Nederlands zou dit te vergelijken zijn met een lijdend voorwerp. Als het object de focus heeft zou het in de Nederlandse vertaling onderwerp worden. Een Nederlandse vertaling van een dergelijke zin zou dan kunnen zijn: "Jan werd door Kees geslagen".

Begunstigde (Tagatanggap)

De begunstigde is de persoon voor wie de actie van het werkwoord bestemd is, bijvoorbeeld "mijn hond" in "ik kocht een been voor mijn hond". In het Nederlands is dit te vergelijken met het meewerkend voorwerp.

Locatie (Ganapan) en Richting (Direksyunal)

Hiermee kunnen we de locatie van de actie, of de richting ervan aangeven, in bijvoorbeeld: "Ik loop naar de winkel"

Instrument (Gamit)

Het instrument (gebruiksvoorwerp) is het object waarmee de actie behorend bij het werkwoord wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld "het potlood" in "ik schreef mijn naam met het potlood".

Reden (Sanhi)

De reden is de oorzaak van de oorzaak van de actie van het werkwoord, bijvoorbeeld "file" in "ik kwam te laat aan vanwege een file"

Intransitief werkwoord

Dit is een werkwoord dat geen object vereist, dat wil zeggen de actie gaat niet over op een object. Voorbeeld zijn slapen , werken, dansen.

Transitief werkwoord

Een transitief werkwoord vereist een object, zoals bijvoorbeeld het koken van een gerecht of het lezen van een boek.

Deze pagina is onderdeel van het Selectiegids Kennisnetwerk. Gehele of gedeeltelijke overname van deze pagina's mag alleen met toestemming van de auteur. (c) 2010