Net als het Nederlands kent het Tagalog lidwoorden. De lidwoorden van Tagalog werken echter heel anders. Gebruiken wij "de", "het" en "een", het Tagalog heeft lidwoorden voor zowel het
aanduiden van objecten als personen. Het gebruikte lidwoord is dus niet alleen afhankelijk van of we het hebben over een ding, maar ook van of we het hebben over een persoon, of zelfs meerdere
personen. Het vorm van het lidwoord hangt ook af van de rol van het in de zin aangeduide woord. Is het woord het onderwerp van de zin (focus of nominatief), dan gebruiken we zogenaamde "ang-lidwoorden".
Is het aangeduide object ergatief, dan gebruiken we het "ng-lidwoord". Bij de datieve vorm gebruiken we "sa-lidwoorden".
Waarom is het verschil tussen deze 3 vormen zo belangrijk? Ten eerste, de vervoeging van het in de zin gebruikte werkwoord van de rol die het onderwerp van de zin speelt. Een zin heeft in het algemeen maar een onderwerp, de andere zelfstandige naamwoorden zijn ofwel ergatief of datief. Ergatieve woorden kunnen tevens een bezitsverhouding aanduiden, en datieve woorden een plaats of tijdstip.
Het lidwoord dat gebruikt wordt bij objecten als die het onderwerp van de zin zijn is "ang". Dit woord komt daarom het meest overeen met het Nederlandse "de" of "het".
Voorbeelden van ang:
Gaat het om een persoon, dan wordt "ang" vervangen door "si", en bij meer dan een persoon door "sina". Als we een persoon noemen, maar we bedoelen een grotere groep waartoe die persoon hoort, dan gebruiken we ook "sina":
Voorbeelden van si/sina:
De ang- en si/sina-vormen kunnen gebruikt worden in eenvoudige of complexere zinnen die een nadere omschrijving geven van het onderwerp:
* Ook bij het noemen van familieleden wordt "si" gebruikt in plaats van "ang". Matanda (oud) wordt alleen gebruikt voor personen, oude voorwerpen zijn "luma".
Tagalog heeft ook zijn eigen varianten op woorden als "deze", "die" en "dat" (de aanwijzende voornaamwoorden). Deze komen echter meer overeen met de Engelse varianten:
"Ire" en "are" worden niet vaak gebruikt, en meestal vervangen door "ito". Aan de meervoudsvormen van deze woorden gaat altijd "ang mga" vooraf. Net als in het Nederlands kunnen deze zelfstandig (bijv. "dat is mooi") en niet-zelfstandig (bijv.: "dit huis") gebruikt worden. Bij niet-zelfstandig gebruik wordt het aanwijzend voornaamwoord op dezelfde wijze behandeld als een bijvoeglijk naamwoord.
Niet zelfstandig gebruikt
Zelfstandig gebruikt
Deze vormen worden ook gebruikt om objecten te introduceren: